De meeste mensen denken dat een feest op gang komt als de DJ harder gaat draaien. Dat klopt niet. Een avond die écht werkt is een verhaal met een opbouw — en dat verhaal begint al bij het diner.
Tijdens het eten draait er sfeermuziek. Niet te hard, niet te zacht. Net genoeg om stiltes te vullen zonder gesprekken te overschreeuwen. We matchen de stijl op het type event: jazz en bossa nova bij een formeel diner, lounge en soul bij iets losser.
Dan komt het kantelpunt. Het moment dat borden worden afgeruimd, koffie binnenkomt, en mensen gaan staan. Dit is waar de meeste DJ's de fout maken: ze knallen er direct een hit in. Wij niet. We laten de energie organisch groeien. Herkenbare nummers op laag volume. Mensen gaan meezingen. Voeten beginnen te tikken. Pas dan bouwen we op.
Tegen het eerste uur van het feestgedeelte zitten we op cruisesnelheid. De dansvloer vult zich. Nu is het zaak om die energie vast te houden. Dat doe je niet door non-stop bangers te draaien — dat is uitputtend. Je mixt hogere pieken met korte dalen. Een rustig nummer zodat mensen even bijkomen, dan weer gas.
De laatste anderhalf uur is de climax. Hier gaat alles op vol. De lichtshow intensiveert. De muziek wordt groter. Dit is waar je de classics en de guilty pleasures inzet waar iedereen op staat te springen.
En dan de afsluiting. Eén nummer dat iedereen kent, waar iedereen meedoet, en dat het gevoel achterlaat van: dit was een onvergetelijke avond.
Dit kun je niet improviseren. Dit is een draaiboek. En dat draaiboek is het verschil tussen een feestje en een feest.